Waarom het oké is dat je kinderdromen niet zijn uitgekomen

Als je aan jonge kinderen vraagt wat ze later willen worden, vliegen de antwoorden je om de oren. Astronaut, prinses of zeemeermin, of als ze iets ouder zijn arts, musicalster of actrice. Niets was te gek. Maar als je kijkt wie er ook écht naar de maan vliegt of in een kasteel woont, dan blijft het angstvallig stil. Is het erg dat onze kinderdromen in duigen zijn gevallen?

Ik had vroeger al heel snel antwoord op de vraag ‘wat wil je later worden’. Natuurlijk heb ik ook een prinsessen-periode gehad (welk klein meisje wil er nou géén Disney prinses worden), maar al snel wist ik het zeker: ik moest en zou binnenhuisarchitect worden.

Dat had hoogstwaarschijnlijk iets te maken met De Sims, waar ik urenlang bezig kon zijn met het inrichten van het huis. Tegen de tijd dat het huis klaar was en mijn Sims echt gingen leven, vond ik het saai en begon ik met het inrichten van een nieuw huis.

Dromen veranderen

Op school merkte ik dat ik mijn hart ook ergens anders kwijt kon. Ik vond het leuk om bezig te zijn met de Nederlandse taal, en dan vooral met schrijven. Mijn droom veranderde langzaam van binnenhuisarchitect naar hoofdredacteur van de VOGUE. Dream big zeggen ze toch altijd? Goed, dat deed ik. Ik schreef eindeloos veel editorials – dat doe je immers als hoofdredacteur – en oefende mijn handtekening voor als ik echt beroemd zou worden.

Vechten voor mijn droom

Toen ik wat ouder werd, ging ik vol goede moed journalistiek studeren. Dat is immers de eerste stap als je de van richting van de tijdschriften op wilt, toch? Maar I was wrong. Op de hogeschool stonden krant, radio en tv hoog in het vaandel. Tijdschriften, en dan vooral de fashion- en lifestyle tijdschriftenkant die ík graag op wilde, werden ondergesneeuwd door lessen als ‘RTV Broadcasting’ en ‘De Krant van de Toekomst’. Ik heb moeten vechten voor mijn plek, terwijl mijn docenten me vrijwel allemaal vertelde dat mijn droom niet realistisch was. ‘De tijdschriftenwereld is doodgebloed, ga maar op zoek naar een passie met tv.’

Maar vechten voor mijn plek, dat kon ik. En ook al was het niet meer mijn grote droom om de nieuwe Anna Wintour te worden, die tijdschriftenwereld bleef me wel trekken. Wat de docenten op school ook zeiden.

Een onrealistisch verwachtingspatroon

Dromen veranderen, en dat is niet erg. Dat heet het leven, en reageren op de dingen die je gelukkig maken. En even eerlijk, wie van je vriendinnen is wél geworden wat ze vroeger wilde? Wie in je vriendengroep is astronaut geworden, wie heeft er dagelijks een kroon op haar hoofd? Waarschijnlijk niemand. En dat is niet erg. We hebben als kind en puber een bepaald verwachtingspatroon, en die hebben we onszelf meestal opgelegd.

Zo wilde ik op mijn 15e niets liever dan op mijn 25e trouwen en kinderen krijgen. Maar eerlijk is eerlijk, de gedachte dat ik over een jaar een baby op mijn schoot moet hebben, vind ik nu ontzettend benauwend. Daar ben ik helemaal niet klaar voor – en daar hóéf ik ook nog helemaal niet klaar voor te zijn.

Het verwachtingspatroon dat je als puber voor jezelf stelt is hoogstwaarschijnlijk onrealistisch. Daar kunnen we moeilijk over gaan doen, maar we kunnen het accepteren en doorgaan met de dromen die we nú hebben. Het is niet erg dat je geen prinses geworden bent. Of astronaut, musicalster of actrice. Focus je liever op de dromen die je nú hebt in plaats van je kinderdromen.

Je kon het misschien al raden, maar ik ben nooit binnenhuisarchitect geworden. Maar sinds een paar maanden ben ik wél hoofdredacteur van interieurwebsite Roomed. Het leven kan raar lopen, maar ik ben er van overtuigd dat er altijd wel een klein beetje kinderdroom in je huidige baan schuilt.

Zijn die droombanen wel zo leuk?

Like the smell of fresh juice in the morning?

Meld je aan voor onze wake-up letter

Reageer op artikel:
Waarom het oké is dat je kinderdromen niet zijn uitgekomen
Sluiten