Waarom de kantoortuin de ergste werkplek is die je maar kunt hebben

Een artikel op de website van het NRC kopte een aantal maanden geleden ‘Het drukke open kantoor is het duurste kantoor dat er is’. Ik las de titel en de zeker honderd andere mensen die ook op de werkvloer waar ik me bevond aan het kletsen waren, begonnen me ineens meer dan ooit te irriteren.

Zie je wel! Het ligt niet aan mij! Het is niet gek dat ik me zo voor geen meter kan concentreren en om de haverklap van m’n scherm kijk omdat er wel weer een of andere gil of schreeuw ergens vandaan komt!

Ergste. Werkplek. Ooit.

Ik was blij dat ik niet de oorzaak was van mijn gigantische concentratieprobleem en de schuld vanaf nu af kon schuiven op de met tapijttegels versierde kantoortuin waarin ik me vijf dagen per week bevond.

Tegelijkertijd was ik na het lezen van het artikel ook verontwaardigd en een beetje van m’n à propos gebracht. Waarom werken we massaal in veel te bevolkte kantoortuinen als het op geen enkel vlak goed is voor een mens?

Waarom doen we dit?

Hier moet ik meer over weten. Ik klikte op het artikel en las een kort maar krachtig verhaal van NRC-eindredactrice Japke-d Bouma waarin ze praat met neuropsycholoog Mark Tigchelaar. De kernboodschap: je kunt beter thuiswerken dan in een open kantoortuin.

Open kantoorruimte

Maar eerst even de andere kant van het verhaal. Want in eerste instantie denk je bij een open kantoorruimte ‘gezellig!’. Lekker ruimtelijk en zo kan je makkelijk bij iedereen aankloppen als je een vraag hebt.

In zekere zin is dat natuurlijk ook zo. Een open vloer bevordert dat je eerder en makkelijker met elkaar aan de praat raakt, blijkt uit onderzoek. En in sommige werkculturen is daar ook precies niks mee.

Ook meent Harold Coenders, directeur werkplekinnovatie bij Colliers International in een artikel op De Ondernemer dat die drukte op de werkvloer juist productiviteit tot gevolg heeft.

Hoe? Omdat we volgens hem lui worden als we niet worden gestoord. Als je weet dat je ononderbroken kan werken, doe je langer over je werk. Als je weet dat je nog gestoord gaat worden, vink je je taken sneller af.

Wat is er mis met lui zijn?

Maar bij het argument rijzen bij mij allerlei vraagtekens op. Waarom moeten we in deze maatschappij constant productief zijn en snel werken? En komt dat de kwaliteit van het werk dan wel ten goede? Een foutje schiet er ook makkelijker bij in (toch jongens?!).

En gelukkig is Mark Tigchelaar het daar helemaal mee eens, lees ik in het NRC-artikel. We hoeven écht niet constant te presteren. Sterker nog: we moeten juist vaker ontspannen. Gewoon echt even niks doen tussen alle taken door.

“Je brein móét het af en toe saai en stil hebben. Anders laadt het niet op.”

Laatst schreef ik op Bedrock al hoe belangrijk niksen voor ons is en dat we echt niet 24/7 to-do’s hoeven af te vinken. Want als je drukke periodes niet afwisselt met periodes van niks, groeit je stressniveau.

Alles behalve gezond

Daarnaast is de open kantoorruimte alles behalve gezond voor je. Het is, zo schrijft Japke-d, slecht voor je brein (dat raakt overprikkeld en daar leidt ons werk onder), maakt je meer gestresst en je kunt letterlijk ziek worden van het lawaai.

Lees ook: Met deze simpele tips verminder je je werkstress

Wat nu? Alles in de hens zetten en massaal in koffietentjes gaan werken? Tsja, het rumoer van zo’n flex-werkplek is ook niet bepaald een feest…

Pak je focusmomenten

Jezelf even afsluiten op momenten dat je weet dat je je moet concentreren is daarentegen wel een goed idee. Breng meer focusmomenten aan gedurende de dag, switch niet teveel van je taken en draag een noise-cancelling koptelefoon (of FocusCap) als dat je helpt.

Handig: Snel afgeleid op werk? Dit kun je doen om je te focussen

Like the smell of fresh juice in the morning?

Meld je aan voor onze wake-up letter

Reageer op artikel:
Waarom de kantoortuin de ergste werkplek is die je maar kunt hebben
Sluiten