Een ABC van de meest voorkomende en tenenkrommende kantoortermen

Over de jaren heen hebben we met z’n allen aardig wat tenenkrommend kantoorjargon bedacht, waarschijnlijk om het zitten op een kantoor van 9 tot 5 interessanter te doen lijken dan het is. De vrijmibo kennen we allemaal wel en we maken ons allemaal schuldig aan het spuien van sommige van deze woorden. Toch zijn er soms van die termen en afkortingen die je toch echt even moet opzoeken.

Daarom voor eens en altijd: het ABC van kantoorjargon, met de betekenis van de meest voorkomende woorden en afkortingen.

ABC van kantoorjargon

We waarschuwen alvast: maak je klaar voor een hoop onnodige verkortingen en synoniemen voor overleggen.

A

Aanvliegen: een ander woord voor aanpakken. “Hoe wil je dit project precies aanvliegen?”

Agile: staat letterlijk voor wendbaar, lenig en flexibel. Is een moderne manier van werken die organisaties in staat stelt snel en effectief in te spelen op veranderingen.

B

Bila: dit is de afkorting voor ‘bilateraal’. Een onnodig ingewikkeld woord waar je nog steeds van moet fronsen. Simpelweg gezegd is het gewoon een overleg tussen twee personen.

Brainen: kort voor brainstormen (scheelt maar liefst vier letters, en dat scheelt een hoop tijd met uitspreken en tikken). Oftewel: ideeën uitwisselen.

C

Call: want dat klinkt een stuk meer fancy dan een belletje.

Challengen: vernederlandst Engels woord voor uitdagen. Klinkt toch een stuk hipper.

Concullega: een manier om een concurrent te noemen en tegelijkertijd de vrede te bewaren. Ze zeggen ook wel: keep your friends close, but your concullega’s closer.

CSF: kritieke succes factor. “Pitch jij onze CSF van het afgeronde project?”

CWOT: afkorting voor complete waste of time. “Die mail van huppeldepup hoef je echt niet door te lezen. CWOT.”

D

Downsizen: omdat niemand de woorden ‘bezuinigen’ en ‘inkrimpen’ wil gebruiken.

Dynamisch: zoiets als ‘voortdurend veranderend’. Een cliché die vaak in vacatureteksten wordt gebruikt om aan te tonen dat het bedrijf ‘hip’ is en écht niet saai.

E

EOB: end of business day. Als iemand mailt dat je iets EOB af moet hebben, kan je het maar beter voor vijf uur sturen.

Ergens een klap op geven: kantoortaal voor een knoop doorhakken.

Ergens handen en voeten aan geven: iets uitwerken.

Zie ook: 9 hilarische en herkenbare illustraties over het werk

I

Iets over de schutting gooien: kantoorjargon voor een taak aan iemand anders geven.

Iets over het weekend heen tillen: iets, zoals een meeting, verschuiven naar een datum na het weekend.

Iets tegen iemand aanhouden: een voorstel of oplossing aan iemand anders voorleggen, om zijn of haar mening erover te horen.

Inschieten: een afspraak of vraag inschieten bij een ander.

L

Lean: Lean of Lean management is een methode en een managementfilosofie die erop gericht is om maximale waarde voor de klant te realiseren met tegelijkertijd zo min mogelijk verspillingen.

Lijntje uitgooien: mailtjes de deur uitgedaan of contact opgenomen met mensen, terwijl je nog op antwoord wacht. “Ik heb al wat lijntjes uitgegooid.”

M

Meeting: hipper woord voor vergadering, want laten we eerlijk zijn: vergaderingen klinken saai en eindeloos.

O

On hold zetten: iets stilleggen of op een laag pitje zetten.

Oppakken: niets fysieks, maar een opdracht of project op je nemen. “Pak jij dat op?”

P

Parkeren: iets pauzeren om later weer op te pakken. “Dat parkeren we tot na je vakantie.”

PG: afkorting voor persoonlijk gesprek, ook wel een 1-op-1 of bila genoemd.

Preso: kort woord voor presentatie.

Prio: kort voor prioriteit, want ook dit is zo’n ontzettend lang woord die je handig bij Galgje zou kunnen gebruiken.

PVA: afkorting van Plan van aanpak, wordt ook vaak gebruikt als pva’tje.

S

Scrum: manier om het gedachtegoed van agile toe te passen.

Slag: ergens een slag op maken, de kwaliteit verbeteren.

Sparren: kennis delen met elkaar om tot nieuwe inzichten te komen. “Ik zou daar graag nog even met je over willen sparren.”

Stavaza: stand van zaken. In andere woorden: hoe staan we ervoor?

T

Terugkoppelen: ander woord voor feedback geven. “Ik kijk ernaar en koppel het aan je terug.”

Trila: hetzelfde als een bila, maar dan niet met twee, maar drie personen.

W

We nemen het mee: officieel als ergste kantoorterm bestempeld na kantoorwoord-onderzoek van het AD en het Instituut Nederlandse Taal. Manier om te laten weten dat je uiteindelijk toch gaat doen wat jij wil.

Z

Zitten: als je met iemand gaat zitten, ga je samen iets bespreken en overleggen.

Lees ook: 12 dingen die iedereen die op een kantoor werkt herkent

In 4 weken naar een productiever leven?

Meld je aan voor onze wake-up letter en volg onze productiviteitscursus

Reageer op artikel:
Een ABC van de meest voorkomende en tenenkrommende kantoortermen
Sluiten